Technolog(n)ie
In het eerste deel van deze sessie gingen we dieper in op de inzet en visies rond nieuwe technologie binnen ambachtseducatie. We gebruikten hiervoor een debatmethodiek met een waslijn. Twee uiterste standpunten werden in de ruimte aangeduid en deelnemers kozen telkens hun plaats daartussen. Aan de hand van stellingen, zoals “Wij zetten actief in op nieuwe technologieën binnen onze opleiding”, ontstond een open en genuanceerd gesprek waarbij deelnemers van positie konden veranderen naarmate de uitwisseling vorderde.

Uit het gesprek bleek dat veel instellingen balanceren tussen de kansen en de uitdagingen die nieuwe technologieën met zich meebrengen. Sommige organisaties gaven aan dat er intern wel wat discussies ontstaan over de mate waarin digitale tools geïntegreerd moeten worden. Daarbij spelen onder meer financiële drempels mee, de tijd die nodig is om docenten bij te scholen en de bezorgdheid dat ambachtelijke diepgang en materiaalgevoeligheid onder druk kunnen komen te staan. Tegelijk gaven anderen aan dat nieuwe technologie net een waardevolle aanvulling kan vormen voor de praktijk, bijvoorbeeld in het ontwerpproces of in het veilig documenteren van het ambacht. In veel opleidingen kiezen ze er bewust voor om studenten eerst handmatige vaardigheden aan te leren en pas daarna digitale technieken te introduceren, voornamelijk omdat materiaalbegrip en vakmanschap als essentiële bouwstenen worden gezien. Ook rond nieuwe materialen bestaan spanningen aangezien duurzaamheid, regelgeving en het behoud van kwaliteit niet altijd samenlopen. Daarnaast klonk het dat cursisten vaak uiteenlopende voorkeuren hebben in hoe zij met nieuwe technologie willen werken. Sommigen willen dit volledig vermijden om de focus puur op het werken met de handen te houden, terwijl anderen juist vanaf het eerste moment digitale mogelijkheden willen verkennen. Hierin speelt de motivatie en reden om een opleiding te volgen een grote rol.
Over tot actie
In het tweede deel verdiepten we ons in het rapport rond ambachtseducatie en dachten we na over concrete acties die hieruit kunnen voortvloeien. De uitdagingen die het rapport schetst werden sterk herkend door de aanwezigen, waaronder de structurele onderwaardering van handvaardigheid in de ruimere samenleving, de versnippering van het opleidingslandschap en de beperkte formele erkenningsmogelijkheden. We wisselden kort uit over beroepskwalificaties en hoe deze op initiatief van de sector kunnen worden aangevraagd, wat in kleine of niet-georganiseerde ambachtssectoren niet altijd vanzelfsprekend is. Ook beleidswijzigingen zoals de verhoogde inschrijvingsgelden bleken een voelbare en gedeelde zorg, zeker wanneer die zonder voorafgaande dialoog worden ingevoerd.

Eén voorstel dat naar voren kwam was het ontwikkelen van een sectorbreed platform dat inzicht biedt in de verschillende insteken van opleidingen, kennisdeling bevordert en een duidelijker beeld schetst van het diverse ambachtsveld. Zo’n ‘ambachtenmap’ zou niet alleen samenwerkingen en de zichtbaarheid van opleidingen kunnen versterken, maar ook een belangrijke rol kunnen spelen richting beleidsmakers. Daarnaast klonk het belang om uitwisselingen zoals die plaatsvinden tijdens onze werkgroepen, duurzaam te verankeren en zoveel als mogelijk beleidsmakers mee rond de tafel te krijgen. Wordt in ieder geval vervolgd!
Rondleiding
Tot slot kregen we nog een rondleiding door de ateliers van KASKA DKO, waar we de werkplaatsen van dichtbij konden ontdekken en zagen hoe diverse (kunst)ambachten in de praktijk worden aangeleerd. Als kers op de taart konden we de docent restauratie schilderijen in actie zien, terwijl zij samen met collega’s een Jordaens-restauratie uitvoerde in het Snijders&Rockoxhuis.
